menu menu

'Mantelzorgers zijn veel sterker als ze er even uit kunnen'

Lees voor

Jan Arts was samen met zijn dochters Anouk en Maike mantelzorger voor Ineke. Zij hebben 30 jaar met haar ziekte MS geleefd. Tot Ineke in mei van dit jaar overleed. Jan kreeg ondersteuning van Marie-José Blijlevens toen duidelijk werd dat Ineke zou gaan overlijden. Zij is vrijwilliger palliatieve zorg bij StiB. Met Jan, Anouk en Marie-José blikt StiB terug.

Wat kan er nog wel?
Anouk vertelt: “Mijn moeder was ontzettend positief ingesteld. Daar koos ze bewust voor. Mijn moeder heeft haar moeder op diens sterfbed beloofd dat ze zou leren omgaan met deze ziekte. We hebben daar veel bewondering voor.” Jan vult aan: “We hebben altijd gekeken naar wat nog wél kon. Door ons steeds op tijd aan te passen aan de situatie kon er nog heel veel. We hebben ons huis op tijd verbouwd en konden nog met het hele gezin op reis naar Amerika. Dat was achteraf gezien bijna gekkenwerk. Maar we hebben het toch maar gedaan. Ze heeft er enorm van genoten.”

Terug naar Nederland
De reislustige Anouk woonde een periode op Zanzibar, het eiland waar ze haar hart aan verloor. “Ik moest een keuze maken. Ga ik hier definitief blijven? Ik koos ervoor terug naar Nederland te gaan. Zo kon ik bewust samen dingen met mijn moeder ondernemen. Op een gegeven moment zou dat voorbij zijn.”

Alles laten vallen
De werkgever van Jan had veel begrip voor hun situatie. Jan kon zijn vak als docent brood en banket blijven uitoefenen door de ruimte die hij van zijn werkgever kreeg. Als er iets was met Ineke kon hij naar huis. Ook de werkgever van Anouk gaf haar ruimte. “De gedachte dat mijn moeder uren in bevuilde kleding zou zitten vond ik vreselijk. Ik mocht altijd een auto lenen en snel op en neer naar mijn moeder.” De steun van werkgevers was heel belangrijk voor het gezin.

Bakken maar
Jan ging met pensioen en bouwde zijn berging om tot bakkerij, compleet met rijskast en grote oven. “Zo kon ik zelf bezig zijn en toch bij Ineke zijn. We hadden elkaars gezelschap en als nodig kon ik haar helpen.” Als Marie-José in het gezin kwam, ging ze nooit met lege handen naar huis. Ze vertelt: “Altijd lag er iets lekkers klaar. Dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Het mogen ondersteunen van het gezin geeft al zoveel voldoening.”

Ik ben er voor de mantelzorgers
Marie-José is heel duidelijk over waarom ze in deze bijzondere laatste fase wil ondersteunen: “In de periode voor mijn man overleed, kon ik af en toe de deur uit. Mijn familie en vrienden vingen dat op. Ik realiseerde me heel goed dat niet iedereen een groot netwerk heeft. Ik ben er vooral voor de mantelzorgers. Zij moeten deze periode volhouden. Je bent veel sterker als je er even uit kunt.”

Er viel een last weg
Ineke kreeg er hartfalen bij. Na een ziekenhuisopname hoorden ze dat de laatste periode ingegaan was. Anouk sliep vijf nachten naast haar moeder en raakte emotioneel op. “Ik was mezelf niet meer. Ik kon het niet meer aan. Dat had ik nooit verwacht. Ik hoorde dat er nachtzorg kwam en dat er ook overdag af en toe iemand in huis zou zijn. Op dat moment viel er zo’n last van me af.” Jan vertelt: “Marie-José praatte zo gemakkelijk. Ineke vond het gezellig. Daardoor durfde ik van huis te gaan.” Jan kon door de inzet van Marie-José drie keer per week van huis om te golfen.

Ik zou het zo overdoen
Door de inzet van de nachtzorg en de ondersteuning van Marie-José kon het gezin de laatste fase positief met elkaar beleven. Anouk: “Het was bijzonder. De laatste fase was heel liefdevol. Het klinkt gek, maar ik zou het bijna over willen. Het rouwen nu is gemakkelijker voor ons doordat die periode zo mooi was. We putten daar kracht uit.”

Interview en foto: Mariska van Dijk

Terug naar bibliotheek
Heeft deze informatie je geholpen?
  • Ja
  • Nee
Bedankt voor uw feedback

Kenmerken

  • Terminaal zieken
Disclaimer Privacystatement Cookies Sitemap