Wij gebruiken cookies. Akkoord
menu

Vrijwilliger Susan: "Ik breng geen oplossingen, maar wel rust"

Lees voor

Susan van Tilburg (62) is sinds twee jaar Vrijwilliger Palliatieve Terminale Zorg bij StiB. Zelf kreeg ze op relatief jonge leeftijd de diagnose MS. “Gelukkig is dat gestabiliseerd. Maar het heeft ervoor gezorgd dat ik m’n werk als ziekenverzorgster niet meer kon doen. Toen ik was afgekeurd, ben ik als vrijwilliger aan de slag gegaan. Onder andere bij het Rode Kruis en later in een hospice”, vertelt Susan.
Toen haar eigen moeder overleed, stopte ze tijdelijk. “Dat moest ik eerst een plek geven. Maar toen ik eraan toe was, heb ik StiB gebeld en gevraagd of ze me konden gebruiken. Het werk met mensen in hun laatste levensfase trok me nog steeds aan; het is mooi en geeft voldoening.”

Zinnen verzetten
Susan komt nu als vrijwilliger bij mensen thuis. Dat is anders dan in het hospice, merkte ze: “In een hospice ondersteunde ik het zorgpersoneel. Ik pakte op wat nodig was; een wasje doen, een kopje koffie zetten. Ik voelde me daar meer een moeder van een groot gezin. In de thuissituatie ben ik er echt meer om de mantelzorger te ontlasten. De mantelzorger – die soms 24 uur per dag met de verzorging bezig is – kan even iets anders doen. Ondertussen breng ik tijd door met de zorgvrager. We praten, drinken een kopje koffie of doen een spelletje. Even de zinnen verzetten. In de thuissituatie heb je dus veel meer contact met de persoon zelf dan in het hospice. Dat vind ik mooier. Je kunt hem of haar echt iets geven in de laatste levensfase.”

Rust brengen
Susan merkt dat de mensen het fijn vinden dat ze kennis heeft van wat hen te wachten staat. “Door mijn werk in het hospice en cursussen die ik via StiB heb gevolgd, heb ik inmiddels wel wat ervaring. Sommige mensen denken bijvoorbeeld: ik moet wachten tot ik dood ga, of ik moet nu kiezen voor euthanasie. Ze weten niet dat er ook andere opties zijn. Ik kan natuurlijk niet in de toekomst kijken, maar ik kan ze vaak wel geruststellen. Dan voel je je nuttig. Ik kom nu bijvoorbeeld bij een jonge vrouw die uitbehandeld is. Die zit vol vragen. Als ik kom, merk ik vaak dat ze nerveus en paniekerig is. Naarmate ik er langer ben en met haar praat, wordt ze steeds rustiger. Ik kan niks oplossen voor haar, maar wel tips geven. Bijvoorbeeld: ‘Schrijf alles op wat je nog wilt doen. Dan kun je het afvinken’. Ik merk echt dat ze het prettig vindt dat ik kom. Dat het haar rust geeft.”

Lastige positie
Toch is het vrijwilligerswerk soms ook lastig. “De zorgvragers durven vaak meer tegen mij te zeggen dan tegen hun eigen familie, omdat je er verder vanaf staat. Maar daardoor bouw je ook een bepaalde band op; de mensen laten je toe in hun leven en vertrouwen je. Tegelijk moet je wel proberen om afstand te bewaren. Daarom kom ik ook niet vaker dan één keer in de week. Soms is het lastig om grenzen te stellen, maar dat moet je wel doen. Je kunt ze niet bij alles helpen. Een doktersrecept kan de buurvrouw ook halen, daar hoef ik niet voor te komen. Grenzen stellen moet je echt leren, maar gelukkig kunnen we daar als vrijwilliger cursussen voor volgen. Dat geeft je veel handvatten. En het mes snijdt aan twee kanten; je kunt het geleerde thuis ook meteen gebruiken.”

Terug naar verhalen van vrijwilligers
Vind je deze informatie nuttig?
  • Ja
  • Nee
Bedankt voor uw feedback
Disclaimer Privacystatement Cookies Sitemap